Sluit deze pagina en ga terug naar de homepagina

Over brandweervrouwen en vroedmannen…

Mijn eerste woordjes zijn meestal mama, papa, koek of zo. Ik moet dan nog veel leren over taal en hoe we over mensen spreken. Je moet bijvoorbeeld goed weten of je over een vrouw dan wel een man spreekt. Gaat het over papa, dan is het ‘hij, hem en zijn’, gaat het over grote zus, dan is het ‘zij, haar en haar’. Maar als het gaat over ‘de mens’ in het algemeen, dan is het altijd ‘hij’, zelfs al gaat het over hij en zij…

Ik moet ook nog leren dat er voor sommige beroepen twee namen zijn: directeur of directrice. Maar sommige directrices zijn liever directeur. Voor andere beroepen is er maar een naam: brandweerman, vroedvrouw, terwijl je toch ook brandweervrouwen hebt en vroedmannen. Soms denk je dat er twee namen zijn, maar dan betekenen ze niet hetzelfde: secretaris en secretaresse bijvoorbeeld. Gelukkig kan het ook eenvoudiger, zoals in leerkracht en verpleegkundige.

Misschien zal ik later nog het meeste schrikken van alle benamingen die men aan vrouwen geeft, waar geen mannelijk vorm voor bestaat, zoals roddeltante of tentsletje! En het zal me dan wellicht ook opvallen dat in verhalen mannen huilen uit woede en vrouwen uit onmacht.

Onze taal zit vol ongelijkheden die je pas ziet als je er attent op bent. Wat denk je van de volgende zin: "Iedereen wil begrijpen wat hij leest". Iedereen gaat over vrouwen en mannen, maar door de ‘hij’ roept de tekst vooral een mannelijk beeld op. Je kan het ook anders aanpakken: "Mensen willen begrijpen wat ze lezen".

Meer weten…

  • over gender en taal: Agnes Verbiest (2006), m/v in zakelijke teksten.
  • over gender en beroepen: Gezocht: vroedvrouw (M/V). 2007, Focus Nr.5: Gender, Rapporten van het Centrum voor Genderstudies, UGent.