Sluit deze pagina en ga terug naar de homepagina

Welkom op de planeet roze/blauw!

Daar ben ik dan, een klein wezentje met een piemel of een vagina, een meisje of een jongen. Maar, misschien pas ik wel niet in een van deze twee hokjes en ben ik een van de 1 op 1500 kinderen die hoort tot de groep intersekse kinderen. Dan heb ik een mengeling van geslachtskenmerken, waardoor ik niet zomaar bij de ene dan wel de andere sekse kan worden ingedeeld. Tot heel recent was er een grote druk op mijn ouders om snel na de geboorte in mijn plaats een keuze te maken. Via een operatie wordt mijn geslacht aangepast aan de klassieke man/vrouw tweedeling. Maar misschien wil ik later gewoon zijn wie ik ben. In Nepal moet ik sinds 2011 die verscheurende keuze niet meer maken: ik kan er ‘vrouw’ zijn, ‘man’ of ‘derde geslacht’.

Van bij de geboorte word ik anders behandeld: ouders praten meer met me als ik een meisje ben; als ik een jongen ben spelen ze actievere spelletjes. Ik krijg ook een naam die duidelijk maakt tot welke sekse ik behoor. Om helemaal zeker te zijn dat niemand zich zou vergissen, gebruikte men vroeger een kleurencode: meestal hemelsblauw voor jongens en roze voor meisjes. En zo wordt er al heel snel aan mijn fysieke sekseverschil een hele rist aan genderverschillen toegevoegd: andere kleuren, andere namen, verschillende kleren en speelgoed, andere verwachtingen, al heel snel lijk ik als jongetje van een heel ander planeet te komen dan als meisje.

Ik leer nog voor ik kan praten hoe de vork aan de steel zit: de lichaamstaal van mijn verzorgers vertelt mij precies of zij vinden van een stukje speelgoed dat het bij me past of niet. Als mijn ouders een speeltje uitpakken dat niet echt bij mijn gender past, dan zullen ze heel even aarzelen en een gebrek aan enthousiasme of lichte afkeur tonen. Zelfs als ze mij dan toch proberen te overtuigen hoe leuk dat speelgoed is, is het te laat. Ik heb hun eerste reflex opgemerkt en het speelgoed zal me niet meer aanstaan.

John en Sandra Condry lieten in het experiment "Dana/David" aan een boel proefpersonen het gehuil van één en dezelfde baby horen. Als de proefpersonen denken dat het om een jongetje gaat, horen ze boosheid. Als ze denken dat het een meisje is, horen ze verdriet. Het ging telkens om dezelfde geluidsopname…

 Meer weten…

  • over genderbewust opvoeden: RoSa dossier of groeimee.be
  • over hoe ouders meer praten tegen hun dochters: Leaper (1998), “Moderators of gender effect on parents’ talk tot heir children: a meta-analysis” in developmental Psychology 34.
  • over hoe ouders onbewust seksestereotypen doorgeven aan hun kleine kinderen: Robinson en Morris (1986), The genderstereotyped nature of Christmas toys.
  • over de verschillende interpretaties van hetzelfde babygehuil: John en Sandra Condry: Sex differences: a study of the eye of the beholder. Geciteerd in: Asha ten Broeke (2010), Het idee m/v. Ontmaskering van een hardnekkig denkbeeld.