Sluit deze pagina en ga terug naar de homepagina

… mannen aan de top

Op het eerste zicht lijken we allemaal gelijk op de werkvloer. Ik heb toegang tot alle beroepen en bij de aanwervingen mag mijn werkgever geen rekening houden met mijn sekse. Toch heb ik als man heel andere kansen op deze arbeidsmarkt dan als vrouw: als getalenteerde vrouw blijft mijn carrière haperen en geraak ik niet door het glazen plafond tot aan de topjobs in onze bedrijven, behalve als ik mijn privéleven ervoor opoffer. Als man kan ik wel boven het glazen plafond geraken, maar zal ik vaak wensen dat ik wat meer tijd voor mijn kinderen had genomen.

Ook het type job verschilt: als vrouw kom ik vaker terecht in ‘zachte’ sectoren als het onderwijs en de zorgsector. Deze sectoren genieten niet zoveel maatschappelijk aanzien en de lonen zijn er gemiddeld minder hoog. Als man heb ik meer kans op een job in een ‘harde’ sector: de auto industrie, bouwsector…

Onze kinderen zijn schatjes, maar ze gooien roet in het eten: als papa ga ik meer werken en minder zorgen, als mama ga ik minder werken en meer zorgen, zeker als we drie of meer kinderen krijgen. Ik wil graag geloven dat dat mijn eigen vrije keuze is, maar heb ik wel een echte keuze? Als papa wordt mij afgeraden mijn carrière in gevaar te brengen door ouderschapsverlof te nemen. Als mama belandt mijn carrière vrij snel op een zijspoor als ik zorg en werk in evenwicht wil houden.

Als man constateer ik verbaasd dat ik al snel in mijn carrière meer verdien dan mijn vrouwelijke collega’s. Ik denk eerst dat dat komt omdat er zoveel meer van mijn vrouwelijke collega’s minder uren werken doordat ze meer tijd doorbrengen bij hun gezin. Maar ze maken ook minder snel carrière door parttime te gaan werken, ze komen in minder goed betaalde sectoren terecht én soms doen ze dezelfde job maar onder een andere titel, met een lager loon…

Niet alleen vrouwen en mannen hebben andere kansen op de arbeidsmarkt: ook allochtonen, laaggeschoolden en mensen met een handicap hebben het moeilijk. Typisch voor al deze groepen is dat de vrouwen ervan de slechtste kaarten krijgen toebedeeld. Hun keuze wordt immers meerdere malen beperkt: als vrouw én als persoon met een handicap en/of allochtoon en/of laaggeschoolde. Zo zien we dat laaggeschoolde vrouwen moeten kiezen uit een beperkt en stereotiep aanbod van opleidingen (schoonmaak en horeca) en dat gehandicapte of allochtone vrouwen nog minder dan de andere groepen vrouwen kunnen kiezen voor roldoorbrekende opleidingen en beroepen.

Meer weten…